Anna klemde haar vingers om haar handtas.
‘Ik begrijp werkelijk niet waar dat wantrouwen ineens vandaan komt.’
Toen schoot ik in een korte, ongelovige lach.
‘Mevrouw De Jong, u legt mij twintig minuten voor de ceremonie een contract voor waarin zwart-op-wit staat dat mijn onbetaalde werk voor uw familiebedrijf geen enkele betekenis mag hebben.’
‘Je hebt dat allemaal uit vrije wil gedaan.’
‘Daar gaat het helemaal niet om.’
Hendrik zei opeens:
‘Misschien wordt het tijd dat we eerlijk zijn.’
Daan draaide zich met een ruk naar hem om.
‘Pap.’
Zijn vader stak zijn hand op.
‘Nee. Dit had veel eerder op tafel moeten liggen.’
Daarna keek hij mij aan.
‘Emma, ongeveer een jaar geleden is er iets gebeurd waardoor wij voorzichtiger zijn geworden.’
‘Wat voor iets?’
‘Daan heeft toen overwogen om een deel van de aandelen in het bedrijf aan jou over te dragen.’
Ik keek naar Daan.
Dat hoorde ik voor het eerst.
‘Waarom zou hij dat doen?’
Daan hield zijn mond.
Zijn vader nam het antwoord over.
‘Omdat hij wilde dat jij op de lange termijn een grotere rol in de onderneming zou krijgen.’
Ik knipperde langzaam.
‘Ik heb daar nooit om gevraagd.’
‘Dat weten we.’
‘En wat ging er toen mis?’
Hendrik liet zich op een stoel zakken.
‘Zijn zus Sophie was fel tegen.’
Dat had ik niet zien aankomen.
Met Sophie kon ik juist goed opschieten. Ze was drie jaar jonger dan Daan, werkte ook in het bedrijf en had meer dan eens tegen me gezegd dat ze blij was dat er eindelijk iemand in de familie rondliep die niet elk gesprek wist om te buigen naar cijfers, marges en jaarrekeningen.
‘Waarom was zij daartegen?’
‘Omdat ze had gezien hoeveel jij had gedaan bij de bouwprojecten.’
‘Dat verklaart nog steeds niets.’
‘Voor haar wel. Ze was bang dat jij op een dag zou kunnen stellen dat jouw inzet de waarde van het bedrijf aanzienlijk had verhoogd.’
Ik bleef hem aankijken.
‘Dus hebben jullie voor de zekerheid maar een contract laten opstellen waarin staat dat ik daar nooit rechten aan kan ontlenen.’
Hendrik zweeg.
Dat zwijgen zei meer dan genoeg.
Daan stapte naar me toe.
‘Ik wilde je hiermee beschermen.’
Ik moest zijn woorden twee keer laten landen.
‘Mij beschermen?’
‘Ja. Tegen gedoe achteraf. Tegen een conflict dat later misschien zou ontstaan.’
‘Door achter mijn rug een bepaling te laten opnemen die mijn werk bij voorbaat waardeloos maakt?’
‘Zo was het niet bedoeld.’
‘Hoe dan wel?’
Zijn stem werd scherper.
‘Emma, in hemelsnaam, het gaat er alleen om dat iedereen houdt wat van hem is.’
‘Waarom staat er dan niet gewoon dát?’
Hij had geen antwoord.
En precies in die stilte begreep ik het.
‘Je was bang dat ik niet zou tekenen.’
Zijn gezicht verried hem nog voordat hij iets kon zeggen.
‘Daarom moest het vandaag.’
‘Emma—’
‘Daarom vlak voor de ceremonie. Omdat je dacht dat ik in een trouwjurk, met honderd gasten voor de deur en mijn ouders beneden in het hotel, toch geen stap terug zou durven doen.’
‘Dat is niet waar.’
‘Wanneer wist jij dat dit contract zou komen?’
Het bleef stil.
‘Daan?’
Hij keek weg.
‘Drie weken geleden.’
Alles om me heen leek even te kantelen.
Drie weken.
Niet gisteren.
Drie weken lang had hij elke ochtend naast me aan de keukentafel koffie gedronken.
Drie weken lang had hij samen met mij plaatskaartjes gesorteerd en lintjes om bedankjes gestrikt.
Drie weken lang had hij ’s avonds, net voor ik in slaap viel, met zijn hand over mijn rug gestreken.
En al die tijd had hij niets gezegd.
‘Je hebt tegen me gelogen.’
‘Ik wilde geen ruzie vlak voor onze bruiloft.’
‘Dus besloot je die ruzie door te schuiven naar de trouwdag zelf?’
Op dat moment werd er geklopt.
Mijn moeder stak voorzichtig haar hoofd om de deur.
‘Emma? De ambtenaar vraagt of jullie eraan komen.’
Toen zag ze onze gezichten.
‘Wat is hier aan de hand?’
Ik zei:
‘De bruiloft loopt vertraging op.’
Daan draaide zich woedend naar me om.
‘Om een contract?’
‘Nee.’
‘Waarom dan?’
‘Omdat ik net aan het ontdekken ben met wie ik eigenlijk zou trouwen.’
Zijn moeder hapte verontwaardigd naar adem.
Mijn moeder kwam nu helemaal de kamer binnen.
‘Emma?’
Ik keek haar aan en zei alleen:
‘Geef me tien minuten.’
Daarna vroeg ik iedereen behalve Daan om weg te gaan.
Toen de deur achter hen dichtviel, stonden we tegenover elkaar in de plotselinge stilte.
Zijn kwaadheid leek weggezakt. Hij zag er niet langer aanvallend uit.
Alleen uitgeput.
‘Ik hou van je,’ zei hij.
‘Dat geloof ik zelfs.’
‘Trouw dan met me.’
‘Liefde is niet genoeg als jij beslissingen over mij neemt zonder mij daarin te kennen.’
‘Het gaat alleen maar om geld.’
‘Nee. Het gaat erom dat jij dacht dat ik makkelijker te sturen zou zijn als er honderd mensen op ons stonden te wachten.’
Hij ging zitten.
Voor het eerst die dag leek hij zich werkelijk te schamen.
‘Ik was bang.’
‘Waarvoor?’
‘Dat jij zou denken dat ik je voor iemand hield die op geld uit was.’
Ik ademde langzaam uit.
‘En wat heb je in plaats daarvan gedaan?’
