“Maarten houdt niet meer van je” riep de minnares spottend tijdens het oudejaarsdiner, terwijl Emma verstijfde en Maarten niets deed

Verhalen
Een schandalige, verpletterende stilte ontnam alle waardigheid.

De minnares van mijn man kwam gearmd met hem binnen op het familiefeest, gaf mij een klap in mijn gezicht en siste spottend: ‘Binnenkort is deze familie van mij.’ Mijn man deed geen enkele poging haar tegen te houden. Zwijgend veegde ik de afdruk van haar lippenstift van mijn wang. Toen tikte mijn schoonvader kalm met zijn vingers op tafel en zei: ‘Nu is het mijn beurt.’ Wat hij daarna bekendmaakte, veranderde voorgoed de toekomst van zijn enige zoon.

DEEL 1

‘Jij bent dus Emma? Mooi. Dan zal ik het meteen zeggen, hier, waar iedereen bij is: Maarten houdt niet meer van je. En als je nog een greintje waardigheid hebt, teken je de scheidingspapieren en verdwijn je uit zijn leven.’

De stem van de onbekende vrouw sneed dwars door het oudejaarsdiner heen, scherp als glas dat in een stille kerk op de stenen vloer uiteenspat.

Emma verstijfde.

Twee volle dagen had ze gewerkt aan het feestmaal in het buitenhuis van haar schoonouders, vlak bij Dokkum. Nog voor zessen die ochtend was ze opgestaan. Ze had de kabeljauw gecontroleerd, de traditionele groentegerechten, het gebraad, de salades en zelfs de tafel met desserts tot in de kleinste details nagelopen.

Maria De Vries, haar schoonmoeder, hechtte aan onberispelijke familiebijeenkomsten. Al drie jaar lang zorgde Emma er vrijwel alleen voor dat alles vlekkeloos verliep.

Er ontbrak slechts één iemand.

Haar man.

Al weken kwam Maarten laat thuis. Zijn telefoon hield hij voortdurend uit haar zicht, en aan zijn jas hing steeds vaker een parfumgeur die Emma hem nooit had gegeven.

Ze voelde al lang dat er iets niet klopte.

Toch had ze zich vastgeklampt aan de gedachte dat hij op deze avond, uit respect voor zijn familie, tenminste zou verschijnen zoals het hoorde.

Om twintig over negen ging de voordeur open.

Maarten stapte binnen in een grijs pak.

Aan zijn arm hing een jonge vrouw in een rode jurk. Haar make-up was perfect, haar glimlach berekend, en ze droeg een zelfverzekerdheid met zich mee die in één seconde dertig mensen het zwijgen oplegde.

‘Pap, mam,’ zei Maarten, zonder zijn vrouw ook maar aan te kijken. ‘Dit is Sophie.’

Emma had het gevoel alsof de vloer onder haar voeten wegzakte.

Sophie glimlachte breed.

‘Maarten en ik zijn al bijna een jaar samen.’

Ergens aan tafel viel een vork op de grond.

Maria De Vries drukte geschrokken een hand tegen haar borst.

Aan het hoofd van de lange tafel zette Hendrik De Vries, Maartens vader en oprichter van het concern dat zijn zoon inmiddels leidde, langzaam zijn glas neer.

Emma keek naar haar man.

‘Zeg dat ze liegt.’

Maarten ontweek haar blik.

‘Maak hier geen scène van. We praten later.’

Die woorden deden meer pijn dan de bekentenis zelf.

Toen Emma met hem trouwde, had ze haar kleine schildersatelier gesloten, omdat Maarten haar had verzekerd dat ze nooit meer hoefde te werken. Haar spaargeld had ze in zijn eerste zakelijke project gestoken. Ze zorgde voor zijn ouders, organiseerde elk familiefeest en schoof haar eigen dromen telkens weer opzij, alsof er later vanzelf tijd voor zou komen.

En nu was hij degene die haar vroeg geen scène te maken.

Sophie deed een stap naar voren.

‘Je hebt hem gehoord. Hij heeft gekozen. Jij rekt alleen nog maar wat toch niet meer te voorkomen is.’

Emma kwam overeind.

‘Ga opzij.’

Maar Sophie greep haar bij de pols.

‘Doe niet alsof je zo waardig bent.’

Emma probeerde haar hand los te trekken.

Toen gebeurde het.

Sophie hief haar arm op en sloeg haar, voor de ogen van de hele familie, hard in het gezicht.

De klap knalde door de eetkamer.

Emma’s hoofd schoot opzij. Haar wang gloeide, en in haar mond proefde ze iets metaalachtigs.

Maarten deed niets.

Hij stak geen hand uit, zei geen woord, probeerde Sophie niet eens tegen te houden.

Hendrik De Vries bleef roerloos zitten.

Eén seconde.

Twee.

Drie.

Toen legde hij zijn bestek neer, stond langzaam op en keek eerst naar de rode afdruk op het gezicht van zijn schoondochter.

Daarna richtte hij zijn blik op zijn zoon.

‘Emma,’ zei hij met een kalmte die angstaanjagender was dan geschreeuw, ‘geef mij drie minuten.’

Maarten werd lijkbleek.

Sophie glimlachte nog altijd. Ze was er heilig van overtuigd dat de oude man uiteindelijk zijn enige zoon zou beschermen.

Ze begreep niet wat Hendrik De Vries op het punt stond te doen.

En ook Emma kon nauwelijks geloven wat er gebeurde toen die drie minuten begonnen te lopen.

DEEL 2

Hendrik De Vries verzocht de andere familieleden in de grote woonkamer koffie te gaan drinken.

Toen de deuren van de eetkamer achter hen dichtvielen, bleven alleen Emma, Maarten, Sophie en Maartens ouders achter.

‘Allereerst,’ zei Hendrik, ‘haalt iemand ijs voor Emma.’

Maria De Vries barstte los.

‘Maarten! Ben je helemaal je verstand kwijt? Je brengt je minnares ons huis binnen en staat erbij terwijl ze je vrouw slaat?’

Sophie wilde zich ermee bemoeien.

‘Wij houden van elkaar. Een huwelijk zonder liefde heeft toch geen enkele betekenis meer.’

Hendrik keek haar ijzig aan.

‘Ik spreek met mijn zoon. U is niets gevraagd.’

Sophie kleurde rood.

Maarten klemde zijn kaken op elkaar.

‘Pap, tussen Emma en mij werkt het niet meer. Ik wil scheiden en met Sophie trouwen.’

Hendrik keek op zijn horloge.

Nog twintig seconden.

‘Ben je uitgesproken?’

‘Ja.’

De oudere man richtte zich volledig op.

‘Luister dan heel goed. Met onmiddellijke ingang ben je ontslagen als algemeen directeur van de De Vries-groep.’

Maartens ogen werden groot.

‘Wat?’

‘Ik heb dat bedrijf opgericht. En ik ben nog altijd meerderheidsaandeelhouder. Ik heb jou aan het roer gezet omdat ik dacht dat je verantwoordelijkheidsgevoel had.’

‘Je kunt me niet afpakken wat ik zelf heb opgebouwd!’

‘Opgebouwd?’ Hendriks stem bleef laag, maar elke letter was scherp. ‘Met het geld van deze familie. Met de contacten van deze familie. En toen je in de schulden zat, met het spaargeld van de vrouw die je zojuist voor iedereen hebt vernederd.’

Maarten zweeg abrupt.

Hendrik wees naar de deur.

‘En u, jonge dame, verlaat nu mijn huis. Als u Emma nog één keer aanraakt, voert u het volgende gesprek niet met mij, maar met mijn advocaten.’

Sophie greep Maartens arm.

‘Zeg dan iets!’

Maar Maarten kreeg geen woord over zijn lippen.

Nog diezelfde avond deed hij een tweede bekentenis.

Die bekentenis ging over Sophie.

Bij Wieke Thuis