Mijn man liet een korte, bittere lach horen.
‘Drie dagen geleden zei je nog dat je alles aan Eva zou nalaten.’
Karin verstarde alsof iemand haar had aangeraakt met ijs.
Toen maakte ze een fout.
‘Dat kan altijd nog veranderen.’
Maarten keek haar een paar tellen zwijgend aan.
‘Precies.’
‘Wat precies?’
‘Daar gaat het dus om.’
Karin kneep haar ogen samen.
‘Waar heb je het over?’
‘Het ging nooit echt om dat testament,’ zei hij. ‘Het ging erom dat je mij gehoorzaam wilde houden.’
Ze opende haar mond om iets terug te zeggen, maar hij gaf haar geen kans.
‘Als ik doe wat jij wilt, mag ik misschien ooit iets erven. Als ik nee zeg, dreig je me alles af te nemen. En als ik me verzet, houd je me voor dat Eva alles krijgt.’
Karin greep naar haar handtas.
‘Je begaat de grootste vergissing van je leven.’
‘Misschien.’
Hij liep naar de deur en trok die open.
Voordat ze vertrok, draaide ze zich nog één keer naar mij om.
‘Als dit allemaal instort, is het jouw schuld.’
Ik zei niets.
Want op dat moment wist ik iets wat Karin niet wist.
Maarten was al bijna een halfjaar in gesprek met een ander bedrijf.
Niet omdat hij de familiezaak koste wat kost wilde verlaten, maar omdat een voormalige klant hem had gevraagd om als mede-eigenaar in te stappen in een nieuw logistiek bedrijf.
Tot dan toe had Maarten het voorstel al twee keer afgeslagen.
Maar na wat er tijdens dat rampzalige diner was gebeurd, belde hij die man terug.
Drie weken later zette hij zijn handtekening onder het contract.
En vanaf dat moment begonnen Karins echte problemen pas.
De twee grootste klanten van het familiebedrijf besloten hun overeenkomsten niet te verlengen.
Niet omdat Maarten ze had weggekaapt.
Integendeel, hij deed er juist alles aan om geen contact met hen op te nemen.
Maar die klanten hadden jarenlang met hem gewerkt. Toen ze hoorden dat hij vertrokken was, gingen ze vanzelf rondkijken naar andere mogelijkheden.
Eva, die ineens als toekomstige erfgename naar voren werd geschoven en door Karin klaarblijkelijk aan het hoofd van het bedrijf moest worden gezet, kwam toen tot een nogal pijnlijke ontdekking.
Ze had geen flauw idee hoe ze de zaak moest leiden.
Een halfjaar na dat diner kregen we een uitnodiging. De oom van Maarten vierde zijn verjaardag.
Ik wilde niet gaan.
Maarten wel.
‘Ik ga me niet verstoppen,’ zei hij.
Zodra we het restaurant binnenkwamen, vielen meerdere gesprekken stil.
Karin was er.
Eva ook.
Voor het eerst in maanden stonden we weer tegenover elkaar.
Karin zag er magerder uit dan ik me herinnerde.
Eva nam niet eens de moeite ons te begroeten.
Tijdens het eten sprak niemand over het testament.
Tenminste, niet totdat oom Jan zijn glas hief.
‘Ik wil graag op Maarten proosten.’
Karins gezicht verstrakte onmiddellijk.
‘Op mij?’ vroeg mijn man.
Jan glimlachte.
‘Ik heb gehoord dat jullie nieuwe onderneming net een tweede vestiging heeft geopend.’
Maarten knikte.
‘Vorige week.’
‘Dan is een felicitatie wel op zijn plaats.’
Een paar familieleden brachten hun glas omhoog.
Ik deed hetzelfde.
Toen klonk Karins stem.
‘Sommige mensen vergeten blijkbaar wel erg snel wie hun ooit de eerste kansen heeft gegeven.’
Opnieuw zakte er stilte over de tafel.
Maarten zette zijn glas rustig neer.
‘Dat ben ik niet vergeten.’
‘Zo lijkt het anders wel.’
‘Ik herinner me heel goed wat papa mij allemaal heeft geleerd.’
Bij het horen van haar overleden man verstijfde Karin.
Maarten keek haar recht aan.
‘En ik weet ook nog wat jij mij hebt geleerd.’
‘O ja?’ Haar stem klonk scherp. ‘En wat zou dat dan zijn?’
‘Dat ik nooit moet toestaan dat een erfenis bepaalt hoeveel ik waard ben.’
Niemand zei iets.
Karin werd bleek.
Eva keek weg.
Onder de tafel sloot Maarten zijn hand om de mijne.
Ik dacht dat het daarmee eindelijk voorbij was.
Maar daarin vergiste ik me.
Twee maanden later kwam er een telefoontje dat alles opnieuw in beweging zette.
