Ze noemde me zo omdat ik niet bereid was haar zomaar een deel van mijn huis cadeau te doen.
Ik draaide mijn hoofd naar Mark.
‘Vind jij dat ook?’
Hij haalde langzaam adem, alsof hij zorgvuldig naar de juiste woorden zocht.
‘Ik denk dat we een manier moeten vinden waardoor mam zich zekerder voelt.’
‘Ze kan een andere woning huren.’
‘Ze wil niet alweer verhuizen.’
‘Dan kan ze iets kopen.’
Karin lachte hardop, scherp en ongelovig.
‘Waarvan dan?’
‘Dat jij geen geld hebt, betekent nog niet dat mijn huis ineens van jou wordt.’
‘Ik ben de moeder van je man.’
‘Precies. De moeder van mijn man. Niet mijn kind. Niet iemand voor wie ik financieel verantwoordelijk ben.’
Marks wenkbrauwen trokken samen.
‘Dat was hard.’
Ik bleef hem een paar tellen aankijken.
‘Hard is een advocaat mijn keuken binnenhalen terwijl ik aan het werk ben, zodat jullie papieren kunnen laten opstellen over mijn eigendom zonder mij ook maar één woord te zeggen.’
Niemand zei iets terug.
Ik liep naar de tafel, pakte de eigendomsakte en hield die tegen me aan.
‘Dit stopt hier.’
Karin kwam overeind.
‘Je hebt niet het recht om zo tegen mij te praten.’
‘Jawel.’
‘Dit huis is ook het thuis van mijn zoon.’
‘Juridisch gezien is het niet van hem.’
Haar gezicht vertrok.
‘Dus nu zeg je eindelijk wat je werkelijk denkt.’
‘Nee. Ik zeg alleen eindelijk hardop wat jij al drie maanden probeert te vergeten.’
Mark zette een stap in mijn richting.
‘Sanne, kalmeer nou even.’
‘Ik ben kalm.’
En dat was ik echt.
Vreemd genoeg had ik me in tijden niet zo helder en rustig gevoeld.
Ik wendde me tot de advocaat.
‘Meneer Bakker, dank u dat u zo duidelijk hebt uitgelegd dat mijn handtekening noodzakelijk is.’
‘Uiteraard.’
‘Die krijgen ze niet.’
Hij knikte kort.
Het ongemak stond op zijn gezicht te lezen. Hij begon zijn papieren bij elkaar te schuiven.
‘Ik denk dat mijn aanwezigheid hier verder niet meer nodig is.’
Karin probeerde hem tegen te houden.
‘Erik, wacht!’
‘Mevrouw Jansen, zonder toestemming van de eigenaar kan ik niets doen.’
‘Maar…’
‘Niets.’
Dat ene woord viel tussen ons in als een steen op een tegelvloer.
De advocaat klikte zijn aktetas dicht.
Ik keek naar Karin.
Daarna naar Mark.
En ten slotte weer naar de advocaat.
‘Pak jullie spullen en verdwijn uit mijn huis. Alle drie.’
Erik Bakker trok zijn wenkbrauwen op.
‘Mevrouw De Vries, ik…’
‘U hebt hier niets in te pakken,’ verbeterde ik mezelf. ‘U hoeft alleen mijn keuken te verlaten.’
Voor het eerst die ochtend leek het bijna alsof hij wilde glimlachen.
‘Dat kan ik doen.’
Hij nam beleefd afscheid en vertrok.
Nog geen seconde nadat de voordeur achter hem was dichtgevallen, barstte Karin los.
‘Je kunt mij niet zomaar op straat zetten!’
‘Dat kan ik wel.’
‘Mark!’
Mijn man keek me aan.
‘Sanne, laten we nu geen besluiten nemen terwijl je boos bent.’
‘Mijn besluit is al genomen.’
‘Mam kan nergens heen.’
‘Haar zus woont hier twintig minuten vandaan.’
‘Ik ga absoluut niet bij mijn zus wonen!’ schreeuwde Karin.
‘Dan neem je een hotel.’
‘Wat een schande!’
‘De echte schande was geweest als jullie plan was gelukt.’
Mark wreef met beide handen over zijn gezicht.
‘Wil je dat ik ook vertrek?’
Ik keek hem aan.
Heel even zag ik weer de man met wie ik getrouwd was.
De man die naast me in het ziekenhuis had gezeten toen mijn vader overleed.
De man die me had geholpen deze muren te schilderen.
De man die mij had beloofd dat we belangrijke beslissingen altijd samen zouden nemen.
Daarna liet ik mijn blik zakken naar de map die nog op tafel lag.
‘Ja.’
‘Ik ben je man.’
‘Juist daarom doet dit zoveel pijn.’
Karin begon opnieuw te schreeuwen.
Volgens haar maakte ík de familie kapot.
Ik zou nooit echt van Mark hebben gehouden.
Geld had mij hooghartig gemaakt.
Een normale vrouw zou alles met haar echtgenoot delen.
Ik liet haar uitrazen.
Daarna liep ik naar boven, haalde twee koffers uit de kast en zette ze in de hal neer.
‘Jullie hebben één uur.’
Mark begreep pas dat ik het meende toen ik een slotenmaker belde.
Toen begon hij te smeken.
‘Sanne, we hebben toch niets ondertekend.’
‘Omdat ik eerder thuiskwam.’
‘Ik wilde je niet dwingen.’
‘Nee, maar je was wel bereid alles voor me te verzwijgen tot de documenten klaar waren.’
Daar had hij geen antwoord op.
Karin wel.
‘Hier ga je nog spijt van krijgen.’
