“Als je thuis werkt, betekent dat dat je tijd over hebt,” zei mijn schoonmoeder spottend

Verhalen
Onacceptabel en vernederend; waarom wordt dit getolereerd?

‘Mam…’

Heel even dacht ik dat hij het voor me zou opnemen.

Maar Saskia liet hem niet eens uitpraten.

‘Wat nou? Sophie zit er helemaal doorheen. Ze heeft het ontzettend druk.’

Er trok, ondanks alles, een glimlach over mijn gezicht.

‘Sophie heeft het ontzettend druk?’

‘Ja, natuurlijk.’

‘En daarom moet ik mijn werk maar laten vallen?’

‘Doe niet zo overdreven. Je bent toch thuis.’

Daar was het weer.

Je bent toch thuis.

Alsof mijn salaris vanzelf op onze rekening verscheen, ergens tussen de wasmachine en het koffiezetapparaat in.

Alsof ik geen klanten had die op mij rekenden.

Alsof de acht, soms negen uur die ik dagelijks achter mijn laptop zat, een soort bezigheidstherapie waren.

Mark wreef met zijn hand over zijn voorhoofd.

‘Emma, misschien kun je gewoon even langsgaan als je klaar bent…’

Ik draaide langzaam mijn hoofd naar hem toe.

‘Waar klaar mee?’

‘Met je werk.’

‘Ik werk tot zes uur.’

‘Dan daarna.’

Er ontsnapte me een zachte lach.

Niet omdat ik het grappig vond.

Maar omdat er op dat moment iets op zijn plek viel.

Het was blijkbaar niet alleen mijn schoonmoeder die vond dat mijn tijd minder zwaar woog dan die van anderen.

‘Prima,’ zei ik.

Mark ontspande zichtbaar.

Saskia glimlachte alsof ze zojuist had gewonnen.

‘Ik wist wel dat je uiteindelijk redelijk zou zijn.’

‘Ik was nog niet klaar.’

Haar glimlach verdween.

Ik klapte mijn laptop dicht, omdat mijn volgende overleg bijna begon en ik dit gesprek zo snel mogelijk wilde beëindigen.

‘Ik kan na werktijd naar Sophie gaan. Onder één voorwaarde.’

‘Welke voorwaarde?’ vroeg Mark.

‘Morgen ga jij naar mijn broer. Dan maak je daar de badkamer, de keuken en de ramen schoon.’

Mark staarde me aan alsof ik ineens in een taal sprak die hij nog nooit had gehoord.

‘Wat?’

‘Mijn broer werkt ook veel. Ik weet zeker dat hij hulp goed kan gebruiken.’

‘Emma, ik werk óók.’

‘Precies.’

Het werd stil.

Saskia verbrak als eerste de stilte.

‘Dat is iets heel anders.’

‘Waarom?’

‘Omdat Mark naar zijn werk gaat.’

Ik leunde achterover in mijn stoel.

‘Aha.’

Pas toen leek Saskia te beseffen wat ze hardop had gezegd.

‘Zo bedoelde ik het niet.’

‘Jawel, Saskia. Zo bedoelde je het precies.’

Mark hief sussend zijn handen op.

‘We hoeven hier geen drama van te maken.’

‘Dat doe ik ook niet. Ik wil alleen iets helder krijgen wat jullie blijkbaar allebei niet begrijpen.’

Ik keek eerst naar mijn man en daarna naar zijn moeder.

‘Van negen uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds is dit huis óók mijn kantoor. Dat mijn bureau vijf meter van de koelkast staat, betekent niet dat ik beschikbaar ben voor klusjes.’

Saskia kwam overeind.

‘Vroeger konden vrouwen werken, een huishouden draaien en hun familie helpen zonder overal zo’n probleem van te maken.’

‘Dan kan Sophie dat vast ook.’

Mijn schoonmoeder zweeg.

‘Of geldt die regel alleen voor mij?’

‘Sophie heeft twee kinderen.’

‘Die tot vier uur vanmiddag op school zitten.’

‘Ze is moe.’

‘Ik ook.’

‘Ze is je schoonzus.’

‘Precies. Ik ben haar schoonzus, niet haar huishoudelijke hulp.’

Saskia’s gezicht verstarde.

‘Zo hoef je echt niet tegen mij te praten.’

‘En jij hoeft niet mijn huis binnen te lopen en over mijn middag te beslissen zonder me ook maar iets te vragen.’

Mark probeerde opnieuw tussenbeide te komen.

‘Emma…’

‘Nee, Mark. Deze keer praat ik uit.’

Ik stond op.

Jarenlang had ik mijn best gedaan om ruzie te vermijden. Als Saskia om tien uur ’s ochtends belde met de vraag of ik haar medicijnen bij de apotheek wilde ophalen, deed ik dat. Als er bij haar thuis iemand moest zijn om een monteur binnen te laten, was ik degene die ze daarvoor belde.

Bij Wieke Thuis