‘Mam, nu is het genoeg.’
Saskia keek hem scherp aan.
‘Wat zeg je?’
‘Dat het genoeg is,’ herhaalde Bram rustig.
‘Mag ik tegenwoordig mijn mening al niet meer geven?’
‘Jawel. Natuurlijk mag dat. Maar je staat hier in ons huis en je valt Emma aan omdat ze vandaag geen zin had om te koken.’
Saskia sloeg haar armen over elkaar.
‘Ik zeg alleen dat een verantwoordelijke vrouw…’
‘Wacht even.’
Ik stak mijn hand op.
‘Een verantwoordelijke vrouw?’
‘Ja.’
Ik keek naar Bram. Daarna weer naar Saskia.
‘En hoe zit het dan met een verantwoordelijke man?’
Haar wenkbrauwen trokken samen.
‘Wat heeft Bram daar nu mee te maken?’
Daar was het.
Precies het antwoord dat ik had verwacht.
‘Alles.’
‘Ik volg je niet.’
‘Ik eerlijk gezegd ook niet. Daarom vraag ik het.’
Ik kwam overeind van de bank.
‘Bram heeft vandaag ook niet gekookt.’
‘Hij werkt de hele week.’
‘Ik ook.’
‘Maar Bram…’
‘Bram heeft ook handen.’
Bram begon opnieuw te lachen. Deze keer deed hij niet eens moeite om het te verbergen.
‘Dat kan ik bevestigen,’ zei hij, terwijl hij beide handen omhooghield. ‘Sterker nog: het zijn er zelfs twee.’
Saskia vond er duidelijk niets grappigs aan.
‘Jullie verdraaien mijn woorden.’
‘Ik verdraai niets,’ zei ik. ‘U kwam binnen, zag eten dat niet zelfgemaakt was en vroeg automatisch aan mij waarom ik niet had gekookt.’
‘Omdat jij meestal kookt.’
‘Precies.’
Ik liep naar de tafel.
‘Weet u wat daar zo bijzonder aan is?’
Saskia zei niets.
‘Als ik zes dagen achter elkaar kook, merkt niemand dat op.’
Ik maakte de doos met aardappels open.
‘Als ik schoonmaak, zegt niemand iets.’
Ik haalde het deksel van de salade.
‘Als ik boodschappen doe, vindt iedereen dat vanzelfsprekend.’
Uit de kast pakte ik drie borden.
‘Als ik ontbijt, lunch en avondeten regel, hoort dat blijkbaar gewoon bij de orde van de dag.’
Ik zette de borden op tafel.
‘Maar bestel ik op één zondag eten…’
Ik keek Saskia recht aan.
‘…dan lijkt het ineens alsof er een parlementaire onderzoekscommissie moet worden ingesteld.’
Bram barstte hardop in lachen uit.
‘Emma…’
‘Wat? Het is toch zo?’
Zelfs hij kon niet anders dan instemmend knikken.
Saskia perste haar lippen op elkaar.
‘Ik zou nooit op die toon tegen mijn schoonmoeder hebben gesproken.’
‘Misschien was dat juist het probleem.’
De kamer viel volledig stil.
Zelfs Bram hield op met lachen.
Saskia bleef me een paar lange seconden aankijken.
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
