‘Er zat een huurovereenkomst in,’ zei Emma, terwijl ze de map op tafel legde. ‘Een appartement met twee kamers. Acht weken geleden ondertekend.’
Bram keek zijn zus aan alsof hij haar voor het eerst echt zag.
‘Jij hebt een woning?’
Sophie opende haar mond, maar er kwam nauwelijks geluid uit.
‘Ik…’
‘Waarom woon je dan nog steeds bij ons?’ vroeg hij langzaam.
Ze begon iets te mompelen. Losse woorden, halve verklaringen, niets wat overeind bleef. Uiteindelijk viel er niets meer te verbergen.
Ja, ze had inderdaad een appartement gehuurd.
Maar niet om er zelf met Julia in te trekken.
Ze had het doorverhuurd aan iemand anders, voor een hoger bedrag dan ze zelf betaalde.
En al die tijd hadden zij en haar dochter hier gratis gewoond, terwijl Emma de boodschappen deed, de energierekening betaalde en zorgde dat er voor iedereen genoeg was.
Bram zijn gezicht verstrakte.
‘Dus jij verdient aan dat appartement,’ zei hij zacht, ‘terwijl Emma hier opdraait voor jullie eten, water en stroom?’
‘Ik moet ook ergens voor sparen!’ riep Sophie.
‘Dat moeten we allemaal,’ antwoordde Emma. Haar stem trilde niet meer.
Maria sloeg met haar vlakke hand op de tafel.
‘Praat niet zo tegen mijn dochter!’
Emma keek haar aan.
Voor het eerst voelde ze geen angst. Geen schaamte. Zelfs geen schuldgevoel.
‘Pak uw spullen.’
Maria knipperde met haar ogen.
‘Wat zei je?’
‘Sophie en Julia vertrekken vandaag nog.’
‘Dat kun je niet maken. Je zet hen niet zomaar op straat.’
‘Jawel.’
‘Bram!’
Iedereen draaide zich naar hem om.
Zeven jaar lang had Emma gezien hoe haar man elk conflict met zijn moeder uit de weg ging. Steeds opnieuw koos hij de makkelijkste route. Hij slikte zijn woorden in, streek alles glad en vroeg vervolgens aan Emma of zij alsjeblieft wat geduld wilde hebben.
En altijd kwam dezelfde zin terug.
“Laat het maar. Je weet hoe ze is.”
Maar dit keer keek Bram niet naar zijn moeder. Hij keek naar Sophie.
‘Klopt het?’ vroeg hij. ‘Van dat appartement?’
Sophie sloeg haar armen over elkaar.
‘Ik hoef me tegenover jou niet te verantwoorden.’
Bram ademde diep in, alsof hij zichzelf dwong rustig te blijven.
‘Dan ga je nu je spullen pakken.’
Maria staarde hem aan, verbijsterd.
‘Wat zei jij daar net?’
‘Dat ze moet vertrekken.’
‘Je vrouw heeft je helemaal in haar macht!’
‘Nee, mam,’ zei Bram. ‘Mijn vrouw betaalt al maanden voor mijn zus, terwijl die hier gratis woont en ondertussen stiekem geld verdient.’
Sophie barstte in huilen uit.
Julia schreeuwde dat ze allemaal verschrikkelijke mensen waren.
Maria dreigde dat ze nooit meer een woord met haar zoon zou wisselen.
Maar Emma ging de discussie niet nog een ronde geven.
Ze draaide zich om en liep naar boven.
Een uur later stonden de koffers in de gang.
Sophie had een taxi gebeld. Haar gezicht was rood van het huilen, maar haar ogen waren hard. Julia liep achter haar aan naar buiten, zonder afscheid te nemen.
Precies op dat moment probeerde Maria opnieuw naar binnen te komen, dit keer met een kartonnen doos in haar armen.
Emma stapte voor haar in de deuropening.
‘En u komt hier ook niet wonen.’
Maria kneep haar ogen samen.
‘Gooi je míj nu ook buiten?’
‘Nee,’ zei Emma. ‘Om u buiten te kunnen zetten, had ik u eerst binnen moeten laten.’
‘Bram, zeg iets!’ snauwde Maria.
Hij stond vlak achter Emma.
Even was het stil.
Toen zei hij:
‘Mam, Emma heeft gelijk.’
Maria keek naar haar zoon alsof er een vreemde voor haar stond.
‘Dus je kiest haar boven je eigen familie?’
Bram had een paar seconden nodig voordat hij antwoord gaf.
‘Zij is mijn familie.’
Emma draaide haar hoofd naar hem toe. Die woorden had ze niet verwacht.
Maria zette de doos met een harde klap op de grond.
‘Hier krijg je spijt van.’
Emma legde haar hand om de deurklink.
‘Misschien,’ zei ze. ‘Maar ik zou er veel meer spijt van krijgen als ik u nog langer liet bepalen hoe mijn leven eruitziet.’
Toen sprak ze eindelijk de zin uit die al maanden in haar keel had vastgezeten.
‘Ik heb dit huis in mijn eentje gekocht. En wij blijven hier wonen. Zonder je moeder, zonder je zus en zonder je nicht.’
Daarna deed ze de deur dicht.
Deze keer probeerde Bram haar niet tegen te houden.
Nog een paar minuten klonken er stemmen buiten. Boze woorden, voetstappen, het schuiven van een doos over de stoep.
Toen werd het stil.
Emma bleef met haar rug tegen de deur staan.
Ze voelde zich geen winnaar.
Ze was alleen maar doodmoe.
