Daarna liep hij met hen de tuin in.
Saskia pakte ondertussen hun spullen bij elkaar. Haar gezicht stond nog altijd strak van ergernis, maar ze begon geen nieuwe discussie meer.
Hendrik was de eerste die naar Bram toe kwam. Hij bleef even voor hem staan, alsof hij nog zocht naar de juiste woorden.
‘We hadden inderdaad vooraf moeten bellen.’
‘Ja, pap,’ zei Bram rustig. ‘Dat had gemoeten.’
Hendrik knikte langzaam.
‘We gaan zo.’
Wilhelmina bleef echter staan waar ze stond.
‘Is dat alles? Krijgen we niet eens iets te eten?’
Emma keek op haar horloge.
‘Jullie zijn onaangekondigd gekomen. Wij hadden er geen rekening mee gehouden dat we vandaag gasten zouden ontvangen.’
‘We hebben zelf boodschappen meegenomen,’ wierp Wilhelmina tegen.
Emma haalde even adem.
‘We kunnen vandaag samen lunchen. Maar daarna gaan jullie naar huis. Een volgend bezoek spreken we van tevoren af.’
Haar schoonmoeder had duidelijk verwacht dat Emma iedereen zonder pardon de poort uit zou sturen. Het aanbod bracht haar zichtbaar van haar stuk.
‘Dus we mogen vandaag nog blijven?’
‘Een paar uur,’ antwoordde Emma. ‘Niet tot het einde van de zomer.’
Wouter stak de kleine barbecue aan die Bram en Emma al hadden staan. Bram bekommerde zich om het vlees, Emma sneed de groenten en Saskia verdeelde het eten over de borden. Langzaam zakte de spanning wat weg, al bleef Wilhelmina grotendeels zwijgen.
Over slaapkamers, tenten en gezamenlijke zomervakanties begon niemand meer. De kinderen speelden alleen op de plekken in de tuin waar geen gereedschap lag. Saskia hield zelf in de gaten dat ze niet in de buurt van de schuur kwamen.
Na de lunch hielpen de familieleden met afruimen. Saskia verzamelde de spullen van de kinderen, Wouter controleerde de barbecue en goot water over de kolen. Tegen de avond reden beide auto’s het erf af.
Emma deed de poort dicht en liep terug naar het huis.
Bram zat op de veranda. Naast hem lag het bankje dat nog altijd niet helemaal in elkaar was gezet.
‘Ik was bijna akkoord gegaan,’ bekende hij.
‘Dat zag ik,’ zei Emma.
‘Ik wilde zeggen dat augustus toch al bijna voorbij was. Dat we het misschien nog wel even konden uithouden.’
Emma ging naast hem zitten, met een kleine afstand tussen hen in.
‘En in de herfst zouden ze komen om appels te plukken. In de winter om de feestdagen hier te vieren. Volgende zomer had Saskia waarschijnlijk een zwembad meegenomen.’
Bram kon een korte lach niet onderdrukken.
‘Dat was ze echt van plan.’
‘Precies daarom moest het vandaag stoppen.’
Hij draaide de schroevendraaier tussen zijn vingers.
‘Ik wilde geen ruzie.’
‘Maar je had wel maandenlange irritatie in je eigen huis gekregen.’
‘Ik weet het.’
Emma keek hem aan.
‘Beslissingen die ons allebei aangaan, kun je niet nemen uit angst dat iemand anders zich gekwetst voelt.’
Bram knikte.
‘Ik wilde hier zelf ook gewoon rustig kunnen zijn. Ik durfde het alleen niet tegen mijn moeder te zeggen.’
‘Nu heb je het gezegd.’
‘Laat, maar ja. Ik heb het gezegd.’
Emma pakte de montagehandleiding van het bankje op.
‘Kom. Laten we dit afmaken. Anders ligt het er in de herfst nog.’
Ze werkten door tot de zon onderging. Bram zette de planken vast, terwijl Emma controleerde of alles recht en stevig stond. Toen het bankje eindelijk klaar was, tilden ze het samen naar de appelboom. Voor het eerst die dag gingen ze zitten zonder dat er nog iets tussen hen in hing.
Een paar dagen later belde Wilhelmina naar Bram. Het gesprek duurde niet lang.
‘Mijn moeder wil zaterdag langskomen,’ vertelde hij daarna aan Emma.
‘Wie komen er nog meer?’
‘Mijn vader, Saskia, Wouter en de kinderen.’
Emma legde haar boodschappenlijstje neer.
‘Blijven ze slapen?’
‘Nee. Ze komen ’s ochtends en rijden na het avondeten weer terug. Ze zeiden dat ze eten meenemen en willen helpen in de tuin.’
‘We zouden deze zaterdag het pad afmaken.’
‘Dat heb ik gezegd. Pap bood aan met de planken te helpen, en Wouter wil de overgebleven takken wegbrengen.’
Emma dacht even na.
‘Laat ze dan om elf uur komen.’
Die zaterdag arriveerde de familie precies op het afgesproken tijdstip. Wilhelmina had een taart meegenomen, Saskia kwam aanzetten met een set tuinlampjes en Hendrik haalde werkhandschoenen uit de kofferbak.
Dit keer kwam niemand het erf op alsof er meteen bevelen moesten worden uitgedeeld.
‘Waar kan ik de boodschappen neerzetten?’ vroeg Wilhelmina.
‘In de keuken,’ zei Emma. ‘Op de lege plank.’
Saskia liep niet naar binnen om de slaapkamers te bekijken. Ze hielp de kinderen met omkleden en vroeg daarna waar ze mochten spelen.
Wouter en Bram sleepten samen de takken weg. Hendrik ging aan de slag met de planken voor het tuinpad. Wilhelmina leek een paar keer advies te willen geven over de indeling van de tuin, maar slikte haar opmerkingen op tijd in.
Na de lunch werd er gewoon verder gewerkt. Tegen de avond was het pad bijna klaar, de tuin een stuk opgeruimder en waren de kinderen zo moe dat ze zelf vroegen wanneer ze naar huis gingen.
Vlak voor vertrek bleef Saskia bij de poort staan.
‘Volgend weekend komen we niet,’ zei ze. ‘We hebben al andere plannen.’
‘Prima,’ antwoordde Emma.
‘En over twee weken mogen we het vragen?’
‘Natuurlijk. Dan bespreken we eerst samen of de datum uitkomt.’
Saskia knikte kort.
Wilhelmina kwam als laatste naar Emma toe.
‘Ik heb de taart voor jullie laten staan.’
‘Dank u.’
Haar schoonmoeder bleef nog even dralen.
‘We hebben vandaag toch niet in de weg gelopen?’
Emma keek haar aan. De vraag klonk ongewoon, maar er zat geen spot in.
‘Vandaag ging het goed.’
‘Dan tot de volgende keer.’
De auto’s reden weg toen de augustuszon al achter de bomen zakte.
Gaandeweg raakte de familie eraan gewend om vooraf te bellen. Soms nodigden Bram en Emma iedereen uit voor één dag. Soms zeiden ze nee, omdat er geklust moest worden of omdat ze het weekend met z’n tweeën wilden doorbrengen. Een weigering werd niet langer opgevat als een persoonlijke belediging.
Aan de poging om zich voor de hele zomer in het huis te installeren, dacht iedereen later met enige schaamte terug. Saskia sprak niet meer over kamers alsof ze van haar waren, en Wouter nam geen spullen meer mee zonder overleg. Wilhelmina hield op met plannen maken namens de eigenaren.
Het huis bleef een huis met een hypotheek, met werk dat nog gedaan moest worden en met kosten die telkens terugkwamen. Emma deed daar niet geheimzinnig over en liet niemand behandelen wat zij en Bram hadden gekocht alsof het een gratis vakantieverblijf voor de hele familie was.
Ze had geen luide ruzie hoeven ontketenen, niemand definitief de deur gewezen en ook het contact met de familie niet verbroken. Het was genoeg geweest om haar agenda open te slaan, de echte verplichtingen te laten zien en hardop uit te spreken waar Bram zo lang voor was teruggeschrokken.
Hun huis was in de eerste plaats van hen. Gasten waren welkom, met plezier zelfs — maar alleen wanneer ze ook echt waren uitgenodigd.
