— Weg hier! — schreeuwde mijn schoonmoeder in mijn eigen huis. Ze had alleen niet voorzien dat zij uiteindelijk degene zou zijn die als eerste de deur gewezen werd.
Emma stond kleine boxpakjes op te vouwen toen er een sleutel in het slot schraapte. Haar hart sloeg even over. Jan was op zijn werk, en de reservesleutel lag bij haar schoonmoeder, zogenaamd voor noodgevallen. Alleen vond Maria vrijwel elke doordeweekse dag dringend genoeg.
— Emma! Waar zit je?
Ze kwam de gang in en trok haar trui recht, die inmiddels strak om haar buik spande. Maria stond bij de deur met tassen uit de bouwmarkt in haar handen en deed haar jas al uit.
— Goedemiddag, Maria.

— Goedemiddag? Het is bijna avond — bromde ze, terwijl ze de woonkamer binnenstormde en de woning opnam alsof ze inspectie kwam houden. — Zit je alweer de hele dag thuis? In mijn tijd werkten vrouwen door tot het allerlaatste moment.
In drie jaar huwelijk had Emma geleerd dat instemmen minder pijn deed dan tegenspreken. Ze woonden apart; wat maakte het uit wat haar schoonmoeder dacht?
— Ik heb verf meegebracht. — Maria zette de blikken met een klap op de bank. — Blauw. Fatsoenlijke verf, niet die gele onzin die jullie hebben uitgezocht.
Emma keek naar de blikken. Twee weken lang hadden zij en Jan tinten vergeleken, plannen gemaakt, zich hun kinderkamer voorgesteld…
— Maar de kamer is al geschilderd.
— Dan doen jullie het opnieuw — zei Maria kortaf, en ze liep al naar de babykamer. — Een jongen hoort een jongensachtige kleur te hebben, niet zo’n onbestemd gedoe.
In de kamer bleef ze staan met haar armen over elkaar, alsof ze een officiële keuring uitvoerde.
— Vreselijk. Dat bedje kan niet bij het raam staan. En die gordijnen met konijntjes… Is dit voor een baby bedoeld of voor een poppenkast?
— Wij vinden het mooi.
— Ik niet. En mijn kleinzoon straks ook niet. — Met zichtbare afkeer pakte ze de stof vast. — Morgen veranderen we alles.
Emma zweeg, zoals ze meestal deed. Binnen in haar buik gaf de baby een schopje, alsof hij protesteerde tegen de vreemde vrouw die over zijn kamer besliste.
Jan kwam pas laat thuis. Emma wachtte in de keuken, waar de verfblikken stonden opgesteld alsof het gewonnen bekers waren.
— Is mijn moeder langs geweest?
— Ze heeft verf gebracht. Ze wil de babykamer laten overschilderen.
Jan wreef over de brug van zijn neus; voor Emma was dat het vaste teken dat elk gesprek over zijn moeder hem op scherp zette.
— Misschien is blauw inderdaad beter…
— Maar die keuze hadden we samen gemaakt.
