“Ik heb de aanbetaling van de huurders al aangenomen, dus leg jouw sleutels maar op het kastje!” zei Annemarie resoluut in de deuropening terwijl Sanne verstijfd bleef staan

Verhalen
Egoïstische inmenging voelt onverdraaglijk en vernederend.

‘Ik heb de aanbetaling van de huurders al aangenomen, dus leg jouw sleutels maar op het kastje!’

De stem uit de hal klonk al voordat Sanne haar laarzen had kunnen uittrekken. Tot haar verbazing zat de deur van haar eigen appartement niet eens op slot. In de deuropening stond niemand minder dan Annemarie, haar voormalige schoonmoeder. In haar hand hield ze met de beslistheid van een opzichter een rolmaat vast.

‘Goedemiddag, Annemarie.’

Sanne trok haar laarzen uit, zette ze netjes op de mat en schoof met zichtbare afkeer een paar vreemde, platgelopen pantoffels opzij.

‘Voor de één misschien goed, voor de ander vooral gedoe!’

Met een scherp geratel liet Annemarie het metalen lint terugschieten. Ze droeg een opzichtig nylon vest met afgrijselijk grote klaprozen erop, en haar lippen waren zwaar aangezet met frambozenrode lippenstift.

‘Ben je je dozen komen halen? Schiet dan een beetje op. Ik moet hier nog meten voor een nieuwe bank. Morgen trekken de mensen erin, en die oude meubels kunnen echt niet meer.’

Sanne bleef staan bij de doorgang naar de keuken. Een jaar geleden waren zij en Daan gescheiden. Samen onder één dak blijven wonen was ondragelijk geworden, en daarom was Sanne tijdelijk bij haar bejaarde moeder ingetrokken, helemaal aan de andere kant van de stad. Daan had plechtig beloofd dat hij haar woning tegen de zomer zou verlaten. Hij had gezworen bij alles wat hem lief was, zich op de borst geslagen en verzekerd dat hij elk moment genoeg zou hebben gespaard voor de eerste aanbetaling van een hypotheek. Maar toen de zomer kwam, was het appartement niet leeg. In plaats daarvan was er een soort dependance van moederlijke bemoeizucht ontstaan. Annemarie kwam steeds vaker langs.

‘Wat voor bank bedoelt u?’

Sanne leunde met haar schouder tegen de deurpost.

‘Een fatsoenlijke natuurlijk!’

Annemarie schoot verontwaardigd overeind, alsof ze diep in haar eer was aangetast.

‘Mijn Daan heeft eindelijk zijn verstand gebruikt. Hij trekt bij een vrouw in! Hij hoeft toch niet als een zielige vrijgezel te blijven rondhangen. Iris is een prima meid, rustig, meegaand. En dit appartement gaan wij verhuren. Een extraatje boven op mijn pensioen kan geen kwaad. Je weet zelf wat medicijnen tegenwoordig kosten.’

‘U wilt mijn appartement verhuren?’

Sanne verhief haar stem niet eens. Ze keek alleen naar haar vroegere familielid en probeerde te bevatten hoe groot deze waanzin eigenlijk was.

‘Jouw appartement? Hoe kom je dáár nu weer bij?’

Annemarie zette haar mollige handen stevig in haar zij.

‘Jullie hebben hier samen gewoond! Vijf jaar lang hebben jullie hier rondgelopen! Daan heeft met zijn eigen handen geklust. Hij heeft het behang in de slaapkamer geplakt! Hij heeft de tegels uitgezocht! Dus dan is het een gezamenlijke woning. Twee vrouwen in één huis gaan toch niet samen, dus mijn zoon en ik hebben alles al besloten. Hij is de man, hij staat in zijn recht.’

‘Wat een bijzondere voorstelling van zaken.’

Zonder haast liep Sanne de keuken in. Op de eettafel, precies op haar geliefde katoenen tafelkleed, stond een vreemde glazen pot van drie liter. Daarin lagen een paar grote bankbiljetten, eenzaam op de bodem. Ernaast stonden kartonnen dozen opgestapeld. Uit één ervan stak de rand van Sannes winterjas, waarnaar ze al drie maanden had gezocht.

‘Heeft u uw zoon toevallig gevraagd op wiens naam deze woning volgens de papieren staat?’

‘Waarom zou ik hem dat vragen?’

Annemarie dribbelde achter haar aan en trapte achteloos over de lichte vloer.

‘Jullie waren wettig getrouwd. Bezittingen bouw je samen op. Dat jij als eerste bij je man bent weggelopen en met je staart hebt gezwaaid, is jouw probleem. De tijd dat iemand aan een ander vastgeketend zat is allang voorbij! Ik heb al een nette familie gevonden. Het meisje is stil, werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en heeft beloofd keurig op tijd te betalen.’

Bij Wieke Thuis