Even later keek hij me aan.
‘Was het leuk?’
‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Heel leuk zelfs.’
Ik zei er niet bij dat ik de hele avond telkens naar mijn telefoon had gekeken, wachtend op ook maar één berichtje van hem. Er was geen appje gekomen, geen telefoontje, zelfs geen korte melding dat hij later zou zijn.
In de maanden daarna merkte ik dat er iets in mij verschoof. Ik werd niet kil en ik hield niet ineens minder van mijn gezin of van de mensen om me heen. Toch begon ik beter op te letten aan wie ik mijn tijd gaf, en vooral: wie die tijd vanzelfsprekend vond.
Als Wilhelmina me vroeg of ik op het laatste moment nog boodschappen voor haar kon doen, vroeg ik eerst of ze dat misschien zelf kon regelen. Wanneer Mark er zomaar van uitging dat ik de bezoeken aan zijn familie wel zou plannen, liet ik hem die verantwoordelijkheid nemen.
En zodra iemand mijn eigen afspraken behandelde alsof ze er nauwelijks toe deden, paste ik ze niet langer automatisch aan.
In het begin wist niemand goed wat ze daarmee aan moesten.
‘Je bent de laatste tijd zo veranderd,’ zei Wilhelmina op een zondag tijdens het eten.
‘Misschien ga ik gewoon wat zorgvuldiger om met mijn tijd,’ antwoordde ik rustig.
Ze lachte, alsof ik een grap had gemaakt.
Niet lang daarna begon de voorbereiding van haar vijfenzeventigste verjaardag.
Wilhelmina had altijd al gedroomd van een groot feest. In haar hoofd zag ze een stijlvol restaurant voor zich, een uitgebreid diner met meerdere gangen, bloemstukken op iedere tafel en een gastenlijst die zo lang mogelijk was. Bovendien moest het feest beslist op zaterdag worden gehouden, zodat niemand de volgende ochtend vroeg naar het werk hoefde.
‘Vijfenzeventig word je tenslotte maar één keer,’ zei ze bij ons volgende bezoek.
‘Dat is waar,’ zei ik.
Meteen draaide ze zich naar mij toe.
‘Sanne, jij kunt vast wel de uitnodigingen regelen. Jij hebt daar gevoel voor. En jij weet precies wat ik mooi vind.’
Vroeger had ik zonder nadenken ja gezegd. Deze keer vroeg ik: ‘Wie neemt eigenlijk de organisatie op zich?’
Wilhelmina knipperde met haar ogen.
‘Nou… wij natuurlijk.’
‘Dan is het misschien handig als jullie eerst verdelen wie wat doet.’
‘Jullie?’ herhaalde ze verbaasd. ‘Mark en jij horen toch gewoon bij de familie?’
‘Zeker. Maar dat betekent niet dat ik het hele feest kan organiseren.’
Ze keek me aan alsof ik zojuist had aangekondigd dat ik naar de andere kant van de wereld zou verhuizen.
Mark kwam ertussen. ‘Mam, we helpen je heus wel.’
Ik glimlachte. ‘Fijn.’
Daar bleef het bij.
De weken daarna waren Wilhelmina, Mark en zijn zus Marieke vooral samen bezig met de voorbereidingen. Ik gaf hun de gegevens van het restaurant, noemde een bloemist die betrouwbaar was en stuurde het nummer door van een goede banketbakker. Verder deed ik niets.
Op een avond belde Marieke me.
‘Wat is er eigenlijk met jou aan de hand?’ vroeg ze zonder omwegen. ‘Mam loopt helemaal over van de stress. Ze zegt dat je bijna nergens aan meedoet.’
‘Ik doe mee op de manier die voor mij haalbaar is.’
‘Maar je hebt je eigen verjaardag toch ook georganiseerd?’
‘Precies,’ zei ik. ‘Mijn verjaardag.’
Aan de andere kant bleef het even stil.
‘Dat is toch heel iets anders,’ zei Marieke uiteindelijk.
‘Waarom?’
Daar had ze geen antwoord op.
De tijd verstreek en Wilhelmina’s verjaardag kwam steeds dichterbij. Ze had ongeveer zestig mensen uitgenodigd. Het moest een groot familiefeest worden, met familieleden uit verschillende steden en vrienden die ze al tientallen jaren kende.
Natuurlijk werd ik er herhaaldelijk aan herinnerd hoe belangrijk het was dat ik aanwezig zou zijn.
‘Je komt toch wel vroeg?’ vroeg Wilhelmina tijdens een telefoongesprek.
‘Waarom zou ik vroeg komen?’
‘Nou, om me te helpen natuurlijk. De gasten arriveren rond vijf uur. Daarvoor moeten de cadeaus nog klaargelegd worden en moeten de bloemen gecontroleerd worden.’
‘Ik kom als gast.’
‘Als gast?’
Haar stem klonk alsof ik iets buitengewoon ongepasts had gezegd.
‘Sanne, je weet toch dat ik op jou reken?’
‘Wilhelmina, ik heb je geholpen voor zover ik dat kon. Maar dit feest is niet mijn verantwoordelijkheid.’
Ze verbrak de verbinding zonder afscheid te nemen.
Die avond vertelde ik Mark wat er was gebeurd.
‘Je had haar op zijn minst kunnen beloven dat je wat eerder zou komen,’ zei hij.
Ik legde de theedoek neer die ik in mijn handen had.
‘Mark, weet je mijn vijftigste verjaardag nog?’
Hij zei niets.
‘Je moeder vond toen dat niemand zijn plannen hoefde aan te passen voor mijn grote dag. Jij hebt daar niets tegenin gebracht. Ik heb mijn verjaardag alsnog gevierd. En nu verwacht jij dat ik mijn plannen opzijzet, zodat haar feest vlekkeloos verloopt.’
‘Dat kun je niet met elkaar vergelijken.’
‘Waarom niet?’
Hij deed zijn mond open, maar sloot hem weer.
Ik wist dat hij geen antwoord kon geven zonder zichzelf in een ongemakkelijke positie te brengen.
Twee dagen voor het feest belde Cornelia. Een paar maanden eerder had ze een kleine vakantiewoning aan de Nederlandse kust gereserveerd, maar door een verplichting op haar werk kon ze zelf niet meer gaan. Ze had een voorstel voor me.
