‘Dat als het mij niet aanstond, ik mijn spullen maar moest pakken en vertrekken.’
Zijn kaak verstrakte zichtbaar.
‘En je voegde eraan toe dat dit huis net zo goed van jou was, en dat ik zonder jou toch nergens zou staan.’
Ik schoof de envelop een stukje dichter naar hem toe.
‘Vanaf dat moment ben ik dingen gaan uitzoeken. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik eindelijk zeker wilde weten waar ik werkelijk stond.’
Hij pakte de papieren uiteindelijk toch op.
‘Dit huis is niet van ons samen.’
Hij keek me aan alsof ik wartaal uitsloeg.
‘Natuurlijk is het van ons samen.’
‘Nee.’
Ik wees naar de documenten in zijn handen.
‘Ik heb het gekocht voordat wij trouwden. En een aanzienlijk deel van de verbouwing is betaald van geld dat ik al had gespaard vóór ons huwelijk.’
‘Dat kan helemaal niet.’
‘Lees het dan.’
Met trillende vingers bladerde hij door de stapel heen.
Aan tafel bleef het doodstil.
Niemand bewoog. Niemand kuchte. Zelfs het bestek leek ineens te luid om aan te raken.
Na een paar ogenblikken tilde Stefan zijn hoofd weer op.
‘Waarom heb je me dit nooit gezegd?’
Ik haalde langzaam adem.
‘Omdat ik bang was.’
Die drie woorden kostten me meer moeite dan alles wat ik die avond al had uitgesproken.
‘Ik was bang voor wat er zou gebeuren als ik je voor het eerst echt tegensprak.’
Stefan staarde naar me.
En voor het eerst sinds ik hem kende, zag ik iets op zijn gezicht dat daar nog nooit eerder had gestaan.
Geen woede.
Geen minachting.
Geen zelfverzekerde spot.
Angst.
Maar ik was nog niet klaar.
Uit mijn tas haalde ik een tweede envelop.
‘En dit zijn mijn bankafschriften.’
Hij keek me geschrokken aan.
‘Waarom heb je die meegenomen?’
‘Omdat ik een paar maanden geleden ben begonnen om iedere gezamenlijke uitgave nauwkeurig bij te houden.’
Ik legde ook die papieren op tafel.
‘Daaruit blijkt dat ik de afgelopen twee jaar veel meer heb betaald aan onze gezamenlijke lasten dan jij.’
Sanne sloeg haar ogen neer.
Stefan kreeg een rode kleur.
‘Dat gaat niemand hier iets aan.’
Ik keek hem rustig aan.
‘Daar heb je gelijk in.’
Daarna liet ik mijn blik langs de mensen aan tafel gaan.
‘Maar toen jij mij voor al deze mensen kleineerde, ging het hen ineens wél aan?’
Hij gaf geen antwoord.
De stilte duurde lang.
Toen zei hij, zachter dan daarvoor:
‘Dit moeten we onder vier ogen bespreken.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat we dat drie jaar lang hebben gedaan.’
Ik bleef hem recht aankijken.
‘En elke keer draaide jij mijn woorden zo lang om, tot ik uiteindelijk degene was die sorry zei.’
Zijn handen knepen zich samen tot vuisten.
‘Je hebt dit allemaal voorbereid.’
‘Nee.’
Ik schudde opnieuw mijn hoofd.
‘Ik heb dit etentje voorbereid. Niet wat jij zou zeggen.’
Sanne liet heel even een lachje horen.
Stefan draaide zich onmiddellijk naar haar toe.
‘Vind jij dit grappig?’
‘Nee,’ antwoordde ze kalm. ‘Ik vind het alleen bijzonder dat ik mijn zus vandaag voor het eerst zie praten zonder bang voor je te zijn.’
Daar had Stefan niets meer op terug.
Ik stond op.
‘Vanavond wilde ik niemand imponeren met een pan soep.’
Mijn blik bleef op hem rusten.
‘Ik wilde alleen eindelijk stoppen met mezelf te verloochenen.’
De soep op tafel was intussen bijna koud geworden.
