Ik antwoordde niet.
Mijn handen bleven stil in mijn schoot liggen. Vreemd genoeg voelde ik geen enkele behoefte om mijn stem te verheffen. Er was ook geen paniek. Geen angst. Alleen een zware, kille teleurstelling die zich langzaam in mij vastzette.
Want niemand aan die tafel had ook maar één keer de moeite genomen om mij te vragen of ik dit eigenlijk wel wilde.
Erik deed er vervolgens nog een schep bovenop.
‘Morgen stuur ik je de rekeninggegevens. Dan regelen we meteen een vaste overschrijving.’
Op dat moment glimlachte ik.
Erik zag het direct.
‘Wat valt er te lachen?’
‘Niets.’
‘Dit is serieus.’
‘Dat weet ik.’
Annelies keek me wantrouwig aan, alsof ze ineens begreep dat ze iets over het hoofd had gezien.
‘Waarom lach je dan?’
Ik keek haar recht aan.
‘Omdat ik vanochtend al iets heb geregeld.’
Erik verstijfde.
‘Wat heb je gedaan?’
Ik nam rustig een slok water.
‘Daar kom je vanzelf achter.’
Daarna was de sfeer aan tafel niet meer te redden. De gesprekken vielen stil, bestek tikte zacht tegen borden, maar niemand zei nog iets van betekenis.
En geen van hen had enig idee dat ik diezelfde ochtend al een beslissing had genomen die hun hele plan onderuit zou halen.
Het was eigenlijk vier dagen eerder begonnen.
Die avond kwam ik later thuis dan anders. Toen ik de voordeur achter me dichttrok en mijn jas wilde ophangen, hoorde ik stemmen uit de keuken komen.
Erik was daar. Samen met zijn moeder.
Ze wisten niet dat ik hen kon verstaan.
Ik bleef in de gang staan, zonder geluid te maken.
‘Zo kan dit niet doorgaan,’ zei Annelies.
‘Ik weet het, mam.’
‘Je vrouw verdient behoorlijk. Waarom komt daar zo weinig van bij ons terecht?’
‘Wij hebben ook onze eigen kosten.’
‘Maar jullie hebben genoeg.’
‘Niet echt.’
Er viel een korte stilte.
Toen sprak Annelies een zin uit die ik nooit meer ben vergeten.
‘Ik wil dat haar geld naar mij gaat.’
Mijn hart begon sneller te bonzen.
‘Als jij haar niet zover krijgt, houdt ze op een dag alles voor zichzelf.’
Erik zei niets.
‘Jij bent haar man,’ ging Annelies verder. ‘Jij moet haar duidelijk maken wie in dit gezin de beslissingen neemt.’
Pas daarna hoorde ik Erik weer.
‘Ik zal met haar praten.’
Ik stapte zachtjes terug naar de voordeur, opende die opnieuw en deed alsof ik net pas binnenkwam.
Die avond zei ik niets over wat ik had gehoord.
Maar binnenin mij was er iets verschoven.
Het ging niet langer alleen over geld. Niet echt. Het ging erom dat mijn eigen man blijkbaar dacht dat hij zeggenschap had over mijn werk, mijn inkomen en mijn keuzes.
De volgende ochtend haalde ik onze financiële papieren tevoorschijn. Ik wilde begrijpen hoe we op dit punt terecht waren gekomen.
Toen ontdekte ik iets wat me nog ongeruster maakte.
Onze gezamenlijke spaarrekening was veel leger dan ik had verwacht.
Ik bekeek de afschriften opnieuw. Daarna nog een keer. Het verschil was niet klein. Er ontbrak een fors bedrag.
Toen Erik thuiskwam, stelde ik hem maar één vraag.
‘Heb jij geld van onze spaarrekening gehaald?’
Hij aarzelde.
‘Ik heb het alleen tijdelijk gebruikt.’
‘Waarvoor?’
‘Voor het bedrijf.’
‘Hoeveel?’
Hij gaf geen antwoord.
‘Wanneer was je van plan het terug te storten?’
‘Zodra het weer beter loopt.’
‘Sinds wanneer loopt het dan al zo slecht?’
Zijn gezicht verstrakte en zijn toon werd scherper.
‘Waarom ondervraag je me zo? Ik was van plan het geld terug te zetten.’
