Toen ook Sanne en haar man waren vertrokken, bleef het stil achter in de woonkamer.
Alleen Bram, Maria en ik waren er nog.
Maria pakte haar handtas van de stoel.
‘Ik ga naar huis. Bedankt voor de fijne avond.’
Bram sloeg zijn armen om haar heen.
‘Je weet dat je altijd op ons kunt rekenen.’
Ze keek vervolgens naar mij.
‘Dat hoop ik dan maar.’
Daarna vertrok ze.
Het slot van de voordeur klikte dicht.
Bram draaide zich langzaam naar me om.
‘Waarom deed je vanavond zo vreemd?’
Ik kwam overeind.
‘Omdat er iets is waar ik met je over moet praten.’
‘Nu?’
‘Ja. Nu.’
Hij blies hoorbaar zijn adem uit.
‘Emma, alsjeblieft. Niet weer zo’n eindeloze discussie.’
Zonder iets te zeggen liep ik naar mijn bureau. In de lade lag de envelop die ik eerder al had klaargelegd. Ik haalde hem tevoorschijn, liep terug naar de tafel en schoof hem naar Bram toe.
Eén envelop.
Niet meer dan dat.
Hij keek van de envelop naar mij.
‘Wat is dit?’
‘Maak hem open.’
Hij trok de papieren eruit.
In eerste instantie gleed zijn blik vluchtig over de bovenste bladzijde. Maar al na een paar regels verstarde zijn gezicht.
‘Waar heb jij dit vandaan?’
‘Het is een kopie van de notariële akte.’
Hij bladerde verder. Zijn vingers werden onrustiger bij elke pagina die hij omsloeg.
‘Dit kan niet kloppen.’
‘Toch wel.’
‘Dat was alleen voor de hypotheek.’
‘Nee.’
Ik ging tegenover hem zitten en hield mijn stem zo vlak mogelijk.
‘Jij zei destijds dat er alleen documenten getekend moesten worden voor de financiering. Maar in die akte staat vastgelegd dat een aanzienlijk deel van dit huis van mij is.’
Bram staarde naar de laatste bladzijde.
‘Jij hebt dat toen ondertekend.’
‘Wij hebben het allebei ondertekend.’
‘Maar…’
Zijn zin bleef onafgemaakt in de lucht hangen.
Ik ging rustig verder.
‘Jij kunt niet in je eentje besluiten dat jouw moeder dit huis erft. Je kunt niet beschikken over mijn aandeel. En je kunt evenmin bepalen wat er na ons overlijden met mijn eigendom gebeurt.’
Bram schoot overeind.
‘Waarom heb je me dit nooit verteld?’
Ik keek hem lang aan.
‘Omdat ik dacht dat je het wist.’
Hij zweeg.
Daarna liet hij zich weer op zijn stoel zakken.
‘Ik herinnerde het me niet meer.’
‘Dat geloof ik.’
Hij keek op, duidelijk overrompeld.
‘Je gelooft me?’
‘Dat je het vergeten bent, ja.’
Ik liet een korte stilte vallen.
‘Maar dat je het nooit hebt geweten, geloof ik niet.’
Alle kleur trok uit zijn gezicht.
Ik schoof nog een document naar hem toe.
‘Dit is een recente uitdraai uit het Kadaster.’
Hij pakte het papier op.
Zijn ogen gingen regel voor regel naar beneden.
‘Je hebt dat laten controleren?’
‘Twee jaar geleden.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik wilde weten of ik mijn eigen huis nog kon vertrouwen.’
Hij liet het vel langzaam zakken.
‘Emma, ik wilde mama alleen maar iets goeds geven.’
‘Dan had je daar eerst met mij over moeten praten.’
‘Ze heeft zoveel voor ons gedaan.’
‘En ik dan niet?’
Daarop kwam geen antwoord.
Die stilte sneed dieper dan welke ruzie ook had kunnen doen.
Ik stond opnieuw op.
‘Jij hebt vanavond, waar je familie bij was, iets beloofd wat je helemaal niet alleen kunt beloven.’
‘Ik kan het uitleggen.’
‘Nee.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Je kunt me vertellen waarom je het hebt gedaan. Maar je kunt niet verklaren waarom je mij er niet eens naar gevraagd hebt.’
Bram wreef met beide handen over zijn gezicht.
‘Wat wil je nu?’
