Tien minuten later kwamen ook Iris en haar man binnen.
Het eten had ik zelf gemaakt.
Het eerste halfuur verliep bijna vreemd normaal. Er werd gepraat over kleine dingen, over werk, over het weer, over niets dat werkelijk ergens toe deed. Bestek tikte tegen borden, glazen werden bijgevuld, en even leek het alsof iedereen besloten had om de spanning te negeren.
Toen legde Karin haar vork neer.
– Goed, zei ze. Misschien kunnen we het nu eindelijk over het huis hebben.
Daan verstijfde naast me.
Ik nam rustig een slok water.
– Prima.
– Je schoonvader heeft de definitieve offertes binnen, vervolgde Karin. De werkzaamheden komen uit op 37.800 euro.
Ze zei het op een toon alsof de beslissing al genomen was en wij alleen nog maar hoefden te knikken.
– En? vroeg ik.
– Wij vinden dat het het meest logisch is als jij en Daan dat bedrag op jullie nemen.
Ik keek haar aan.
– Waarom Iris niet?
Mijn schoonzus boog meteen haar hoofd en staarde naar haar bord.
Karin trok haar wenkbrauwen samen.
– Iris heeft twee kinderen.
– En dus?
– Zij heeft gewoon meer kosten.
– Dus wij moeten betalen omdat wij geen kinderen hebben?
– Dat zeg ik niet.
– Nee, maar dat is wel precies wat je bedoelt.
Daans vader mengde zich in het gesprek.
– Sanne, niemand probeert misbruik van je te maken.
– Dat heb ik ook niet gezegd.
Karin begon zichtbaar haar geduld te verliezen.
– Waarom maak je alles dan zo ingewikkeld? Jullie kunnen het betalen.
– Dat is geen argument.
– Het geld blijft uiteindelijk toch binnen de familie.
Ik glimlachte flauwtjes.
– Goed. Zet dan het bijbehorende deel van het huis op onze naam.
Het werd stil.
Karin keek me aan alsof ik haar persoonlijk had beledigd.
– Wat zeg je?
– Als wij de volledige renovatie moeten bekostigen, dan lijkt het me redelijk dat wij ook eigenaar worden van een evenredig deel van de woning.
– Daar is geen sprake van!
– Waarom niet?
– Omdat dat huis van mijn man en mij is!
Ik liet twee seconden stilte vallen.
– Precies.
Pas toen drong tot haar door dat ze zojuist mijn punt voor me had gemaakt.
Iris draaide haar gezicht weg, duidelijk om een glimlach te verbergen.
Karin kreeg een rode kleur.
– Je verdraait mijn woorden!
– Nee. Ik heb het alleen over eigendom.
– Jij begrijpt werkelijk helemaal niets van familie.
– Misschien niet.
En toen zei ze de zin.
De zin waarvan zij dacht dat die mij definitief op mijn plaats zou zetten.
– Jij bent niemand in deze familie, dus jij hebt ook geen recht om ergens iets van te vinden!
Het leek alsof de hele tafel tegelijk de adem inhield.
Daan schoot overeind met zijn blik.
– Mam!
Ik hief mijn hand op.
– Nee. Laat maar.
Karin keek me uitdagend aan.
Ik stond kalm op, liep naar de servieskast en trok de lade open.
Daar haalde ik de envelop uit.
Daarna kwam ik terug naar de tafel.
– Weet je, Karin, zei ik rustig, ik denk dat je met die ene zin ons probleem net hebt opgelost.
– Welk probleem?
Ik legde de papieren voor haar neer.
– Als ik niemand ben in deze familie, dan zou het inderdaad nogal belachelijk zijn als mijn geld jullie huis gaat financieren.
Ze zei niets.
Toen haalde ik een tweede document tevoorschijn.
– En omdat het voor jou blijkbaar zo belangrijk is dat iedereen precies weet wat zijn plaats is, leek het mij verstandig om nog iets anders helder te maken.
Daan keek me strak aan.
– Sanne, wat is dat?
Ik draaide het document naar hem toe.
– Het eigendomsbewijs van dit huis.
Karin lachte kort en zenuwachtig.
– En wat zou dat?
– Dit huis is van mij.
– Dat weten we.
– Nee, zei ik. Volgens mij weten jullie dat niet echt.
Ik keek haar recht aan.
– Jullie komen hier al jaren onaangekondigd binnen. Jullie nodigen mensen uit alsof dit jullie woonkamer is. Jullie verplaatsen mijn spullen. Jullie bepalen waar kerst gevierd wordt. En vandaag zit jij in mijn huis, aan mijn tafel, en zeg je tegen mij dat ik niemand ben.
Karin opende haar mond.
Maar ik liet haar niet tussenbeide komen.
– Dus vanaf nu gaan we precies jouw redenering volgen.
Ik pakte mijn telefoon van tafel.
– Wie niet tot dit huishouden behoort, heeft ook geen sleutel van dit huis nodig.
Karin haar gezicht veranderde.
– Welke sleutel?
– De sleutel van mijn huis.
Ze verstijfde.
Drie jaar eerder had Daan haar een reservesleutel gegeven, zogenaamd alleen voor noodgevallen.
Voor Karin was die sleutel sindsdien veranderd in een permanente toegangskaart.
– Dat meen je niet, fluisterde ze.
– Jawel.
– Daan!
Ze draaide zich naar haar zoon.
– Zeg dan iets!
Voor het eerst die avond sloeg Daan zijn ogen niet neer.
– Mam… geef de sleutel terug.
Karin werd bleek.
– Pardon?
– De sleutel, zei hij. Geef hem terug.
Ik denk dat ze op dat moment pas echt begreep dat ze de controle over deze avond kwijt was.
Ze sprong overeind.
– Dus je kiest je vrouw boven je moeder?
Daan schudde langzaam zijn hoofd.
– Nee. Ik kies ervoor om niet langer toe te staan dat mijn moeder mij en mijn vrouw bestuurt.
