‘Je vrouw hééft al een appartement. Dit komt uitsluitend op naam van je zus te staan.’
Mijn schoonmoeder, Annelies, sprak die woorden uit met zo’n kalme vanzelfsprekendheid dat ik een paar tellen dacht dat ik haar verkeerd had verstaan. We zaten met z’n allen rond de grote eettafel in haar eetkamer.
Mijn man, Stefan, zat rechts van mij. Zijn zus Femke zat tegenover me en glimlachte al alsof iemand haar zojuist de sleutels van haar nieuwe woning had overhandigd.
Tussen de koffiekopjes en de bordjes met dessert lag een blauwe map op tafel, dik van de papieren.
Documenten van een appartement. Van een bijzonder fraai appartement.

Drie kamers, een balkon, een parkeerplaats in de ondergrondse garage, gelegen in een pas gebouwd wooncomplex op twintig minuten van het centrum.
En het belangrijkste detail: de vraagprijs bedroeg 286.000 euro.
Ik keek Annelies aan.
‘Pardon?’
Ze zuchtte, alsof zelfs mijn vraag haar al vermoeide.
‘Sanne, doe nu niet alsof je niet begrijpt wat ik bedoel. Jij hebt al een woning. Die had je zelfs al vóór je met Stefan trouwde.’
‘Ja.’
‘Precies. Jij zit dus goed.’
Ze legde haar hand op de blauwe map.
‘Femke daarentegen heeft niets.’
Femke sloeg bescheiden haar ogen neer.
‘Mam, je hoeft me niet te verdedigen…’
Maar haar glimlach vertelde een heel ander verhaal.
Langzaam draaide ik mijn hoofd naar Stefan.
‘Wist jij hiervan?’
Hij krabde aan zijn achterhoofd. Geen goed teken.
Ik kende dat gebaar van hem maar al te goed. Hij deed het altijd wanneer hij besefte dat een gesprek verkeerd zou aflopen.
‘Sanne…’
‘Wist je het?’
‘Mam heeft het er met me over gehad.’
‘Sinds wanneer?’
Hij aarzelde.
‘Een paar weken. Ongeveer een paar weken.’
Ik knikte traag.
Annelies nam onmiddellijk het woord weer over.
‘Eerlijk gezegd begrijp ik helemaal niet waarom je zo kijkt. Het gaat uiteindelijk om familiebezit.’
Mijn blik ging opnieuw naar de map.
‘Familiebezit?’
‘Ja.’
‘En wie gaat dit appartement betalen?’
Dit keer antwoordde in eerste instantie niemand.
Die stilte gaf het antwoord al, nog voordat Annelies haar mond opendeed.
‘We dragen allemaal iets bij,’ zei ze uiteindelijk.
Ik glimlachte kort.
‘Allemaal?’
‘Jij en Stefan verdienen goed. Femke is net gescheiden en moet haar leven opnieuw opbouwen. Het is niet meer dan normaal dat haar broer haar helpt.’
Ik keek naar Femke.
Ze was zesendertig.
Ze had een vaste baan.
Ze had geen kinderen.
En na haar scheiding had ze een behoorlijk bedrag ontvangen uit de verkoop van het huis dat zij en haar ex-man samen hadden bezeten.
Toch veranderde Femke, zodra er ergens geld voor nodig was, op wonderbaarlijke wijze weer in een arme, verlaten vrouw die onmiddellijk gered moest worden.
‘Hoeveel?’ vroeg ik.
Annelies sloeg haar armen over elkaar.
‘Hoeveel wat?’
‘Hoeveel zouden wij moeten inleggen?’
Stefan staarde naar zijn koffie.
Femke keek naar haar moeder.
Annelies gaf antwoord.
‘Tachtigduizend euro.’
Heel even dacht ik dat ze een grap maakte.
‘Tachtigduizend?’
‘Ja.’
‘Van ons geld?’
‘Van jullie spaargeld,’ verbeterde ze me. ‘Stefan heeft gezegd dat jullie genoeg opzij hebben gezet.’
Ik draaide me zo abrupt naar mijn man dat hij bleek werd.
‘Heb jij haar over onze spaarrekening verteld?’
‘Sanne, wacht nou even…’
‘Heb je haar verteld hoeveel geld wij op onze rekeningen hebben staan?’
‘Niet precies…’
Annelies rolde met haar ogen.
‘Maak er geen toneelstuk van. Stefan is mijn zoon. Natuurlijk mag hij met mij over zijn financiën praten.’
Ik zette mijn kopje neer.
Heel langzaam.
Want ineens was ik niet eens meer boos.
Er was op dat moment nog maar één ding waar ik volkomen zeker van was.
Wat ik drie dagen eerder had gedaan, was een van de beste beslissingen van mijn leven geweest.
Alleen wist Annelies daar nog niets van.
En Stefan evenmin.
Twee maanden daarvoor had mijn man voor het eerst over dat appartement gesproken.
Niet als een geschenk voor zijn zus.
Nee.
Hij had het op een totaal andere manier gebracht.
‘Mam heeft een interessante investeringskans gevonden,’ had hij uitgelegd. ‘Een nieuwbouwappartement op een erg aantrekkelijke locatie.’
