Toen verscheen het bericht van Emma alsnog.
‘Pardon? Wij hebben de kaartjes al gekocht.’
Ik typte terug:
‘Die kaartjes zijn voor de trein. Niet voor een verblijf in ons huis.’
Vijf seconden later kwam haar antwoord.
‘Maar ons is gezegd dat we bij jullie konden logeren.’
Ik haalde diep adem en schreef:
‘Dat is gezegd door iemand die geen eigenaar is van dit huis.’
Anna reageerde vrijwel meteen: ‘Ik ben Marks moeder. Ik ben geen vreemde.’
‘Dat weet ik, Anna. Maar daardoor wordt dit nog steeds niet uw huis.’
Daarna werd het stil in de groepsapp. Twee minuten later kwam Mark uit de werkkamer, zijn telefoon nog in zijn hand. Zijn gezicht stond gespannen.
‘Mijn moeder is helemaal overstuur.’
‘Dat dacht ik al.’
Hij keek naar het scherm.
‘Emma zegt dat het op deze manier voor hen eigenlijk geen zin meer heeft om te komen.’
‘Dan kunnen ze hun plannen aanpassen.’
‘De kaartjes kunnen niet worden terugbetaald.’
‘Hoeveel hebben die gekost?’
‘Geen idee precies. Ongeveer honderdtachtig euro voor hen vieren.’
Ik keek hem aan.
‘Dus wij hadden bijna tweeduizend euro moeten uitgeven zodat zij geen honderdtachtig euro zouden verliezen?’
Mark deed zijn mond open.
Toen sloot hij hem weer.
Zijn telefoon trilde opnieuw. Hij las het bericht en zei toen:
‘Ze hebben de reis afgeblazen.’
‘Meen je dat?’
Hij draaide het scherm naar me toe.
Daan had geschreven:
‘We hebben erover gepraat. Met een appartement, eten en een huurauto wordt de hele zomer veel te duur voor ons. We gaan in augustus liever een paar dagen naar Emma’s ouders.’
Ik keek Mark aan.
‘Dus ze wilden de zomer helemaal niet per se met ons doorbrengen.’
‘Sanne…’
‘Ze wilden gewoon gratis vakantie vieren.’
Daar had hij geen antwoord op.
Na een paar tellen stuurde Emma nog één laatste bericht.
‘Wat jammer. De kinderen hadden zich er zo op verheugd.’
Bijna had ik het daarbij gelaten.
Maar toen verscheen er nog een bericht.
Van Anna.
‘Ik hoop dat je tevreden bent. Je hebt de vakantie van een heel gezin verpest, alleen omdat je niet bereid bent een beetje te delen.’
Dit keer pakte Mark zijn eigen telefoon steviger vast.
Hij typte een paar seconden.
Daarna verstuurde hij:
‘Mam, Sanne heeft niets verpest. Ik heb een fout gemaakt door ja te zeggen zonder het eerst met haar te bespreken. En jij hebt een fout gemaakt door dingen aan te bieden die niet van jou zijn. Laten we dit onderwerp nu afsluiten.’
Anna reageerde niet meer.
Emma verliet de groep.
Een minuut later deed Daan hetzelfde.
Ik bleef naar het scherm kijken.
‘Nou,’ zei ik uiteindelijk. ‘Blijkbaar heeft de groep “Gezamenlijke zomer” minder lang bestaan dan de zomer zelf.’
Mark schoot in de lach, al probeerde hij het nog te verbergen.
Daarna kwam hij naar me toe en ging tegenover me zitten.
‘Ik had het eerst aan jou moeten vragen.’
‘Ja.’
‘En ik had nooit met drie maanden moeten instemmen.’
‘Nee.’
Hij keek me voorzichtig aan.
‘Ben je heel boos?’
Ik dacht even na.
‘Minder dan gisteren.’
‘En voor vier dagen mogen ze nog wel komen?’
‘Natuurlijk.’
Mark glimlachte opgelucht.
‘Dat is best ruimhartig.’
‘Verwar gastvrijheid niet met een all-inclusive arrangement.’
Twee weken later bracht Anna het onderwerp tijdens de lunch nog één keer ter sprake.
‘Daan en Emma brengen augustus uiteindelijk bij Emma’s ouders door,’ merkte ze op, met een veelbetekenende toon.
‘Mooi,’ antwoordde ik.
‘Zij hebben een veel kleiner huis dan jullie, en toch nemen ze hen in huis.’
Ik keek op van mijn bord.
‘De hele maand?’
Anna aarzelde.
‘Nou… tien dagen.’
‘Ik begrijp het.’
Ik at rustig verder. Mark moest zijn glimlach achter zijn glas verbergen.
Daarna heeft Anna het niet meer over de zomer gehad.
Mijn werkkamer bleef gewoon mijn werkkamer.
Onze auto bleef in de garage staan.
Lisa ging naar haar zomerkamp.
En die zomer leerden we iets bijzonder nuttigs:
wanneer iemand vrolijk aankondigt dat hij drie maanden bij je komt wonen zonder je eerst ook maar iets te vragen, hoef je niet per se een enorme ruzie te maken om die plannen te dwarsbomen.
Soms is één simpele zin genoeg:
‘Helemaal goed. Hier zijn de prijzen van accommodaties in de buurt.’
