‘En pieker niet over dat feest,’ voegde hij eraan toe. ‘Al staan er straks alleen knakworsten op tafel, dan word ik nog steeds zeventig.’
Toen we hadden opgehangen, merkte ik dat er iets van mijn schouders was gevallen.
Maar Annelies liet het er niet bij zitten. Om negen uur stuurde ze me een foto van haar keuken.
Op het aanrecht lagen stukken vlees, zakken aardappelen, groenten en onaangebroken verpakkingen kriskras door elkaar. Onder de foto had ze geschreven:
‘Alles ligt klaar. Als het eten mislukt, weten de gasten in elk geval aan wie ze dat te danken hebben.’
Voor het eerst die ochtend barstte ik hardop in lachen uit.
Ik schreef niets terug.
Pas later hoorde ik via Sanne wat er zich in huis had afgespeeld. Annelies was er kennelijk heilig van overtuigd geweest dat ze me met genoeg druk alsnog over de streep kon trekken.
Daarom was ze zelf nergens aan begonnen. Toen het eindelijk tot haar doordrong dat ik echt niet zou komen opdagen, sloeg de paniek toe.
Jeroen kreeg een mes in zijn hand gedrukt en moest aardappels schillen. Sanne werd opgedragen drie salades in elkaar te zetten. Intussen probeerde Annelies tegelijk rollades te vullen en een taart te redden waarvan de bodem muurvast aan de vorm geplakt zat.
Vlak voor twaalf uur belden de eerste gasten aan, terwijl Jeroen nog in een bevlekt T-shirt door de keuken rende.
De rollades waren taai, de saus smaakte veel te zout en de aardappelsalade was zo zuur dat zelfs Annelies na één hap haar bord liet staan.
Later die middag ging bij mij de bel.
Toen ik de deur opendeed, stond Jeroen op de galerij. Hij droeg nog altijd het witte overhemd van het feest. Op zijn mouw zat een donkere vlek van saus.
‘Mag ik even binnenkomen?’ vroeg hij.
‘Nee.’
Hij knipperde verbaasd met zijn ogen. Tijdens ons huwelijk had hij mijn grenzen nooit serieus genomen. Blijkbaar dacht hij dat na de scheiding één gekwetste blik nog steeds genoeg was om mij te laten wijken.
‘Emma, waarom moest je dit vandaag nou doen?’
‘Wat heb ik volgens jou precies gedaan?’
‘Je hebt mijn moeder laten zitten. Iedereen zat in de stress en papa heeft nauwelijks van zijn verjaardag kunnen genieten.’
‘Ik heb niemand laten zitten. Ik was niet uitgenodigd. Ik kreeg om vijf uur ’s ochtends het bevel om voor vijfentwintig mensen te komen koken.’
‘Voor papa had je toch wel kunnen komen.’
‘Je vader heeft me zelf gebeld en heel duidelijk gezegd dat ik niet hoefde te komen.’
Jeroen trok zijn mond tot een dunne streep.
‘Sinds de scheiding ben je zo kil geworden.’
Even wist ik niet eens wat ik daarop moest zeggen. Jarenlang had ik zijn overhemden gestreken, de rekeningen betaald, zijn afspraken bijgehouden en zijn familie ontvangen alsof het mijn tweede baan was. Wanneer ik om hulp vroeg, noemde hij me overgevoelig.
Toen ik de scheiding aanvroeg omdat hij me keer op keer had voorgelogen, vond hij mij egoïstisch. En nu was ik ineens kil, omdat ik weigerde nog langer gratis voor hem en zijn moeder te werken.
‘Nee, Jeroen,’ zei ik. ‘Ik ben niet kil geworden. Ik ben alleen gestopt met me te laten gebruiken.’
‘Het ging maar om één dag.’
‘Het ging nooit om één dag. Het waren twaalf jaar.’
